Johannes 8:1-11
Tekst : Johannes 8:1-11
Thema : Bevrijdende liefde…
Het is druk op het tempelplein. De mensen verdringen zich rondom Jezus (al het volk). Al dagen is Jezus daar te vinden en spreekt Hij de mensen toe. Ze zijn onder de indruk van zijn woorden. Hij is zo anders dan de schriftgeleerden. Ook vandaag willen ze horen wat Hij te zeggen heeft.
Ineens wordt de toespraak van Jezus onderbroken en brengen de schriftgeleerden een vrouw en plaatsten haar voor Jezus, precies in het midden, iedereen kan het zien. De vrouw is op heterdaad betrapt bij overspel en de schriftgeleerden komen aan Jezus vragen wat er met haar moet gebeuren: Meester wat vindt U daarvan? Nadat ze eerst hebben laten weten dat ze volgens de wet van Mozes de doodstraf verdient.
Ik kan mij voorstellen dat de omstanders vol spanning hebben toegekeken hoe dit zou aflopen. Want de schriftgeleerden lijken toch wel een punt te hebben. Sterker nog, ze hebben de Bijbel aan hun kant. De wet van Mozes laat er geen misverstand over bestaan: op overspel staat de doodstraf. Deze vrouw is ook nog eens op heterdaad betrapt. Er is dus geen twijfel mogelijk. Of toch wel…
Het verloop van het verhaal laat zien dat de schriftgeleerden het helemaal bij het verkeerde eind hebben. Dat kan dus. Schijnbaar het gelijk van de Bijbel aan je kant hebben en toch de plank volledig mis slaan. Waar ging er fout?
De verteller laat ons in vers 6 weten dat het motief van de heren niet deugt. Zij worden niet gedreven door ijver voor de wet. Het gaat hen er niet om dat er recht gedaan wordt. Noch veel minder worden ze gedreven door de liefde voor mensen.
Gaat het ook vandaag vaak niet zo. Dat we met de Bijbel in de hand maar zonder liefde mensen veroordelen. Ik denk dat wij ons niet zo snel identificeren met de schriftgeleerden. Toch zit er misschien wel meer schriftgeleerde in ons dan we durven toe te geven.
Ze worden gedreven door ergernis aan Jezus. De manier waarop hij omgaat met de wet van Mozes. Jezus wordt namelijk gedreven door de liefde voor de mens. Het gaat Jezus niet om de regeltjes maar om de mens. Daarom geneest Hij mensen op de sabbat en staat Hij zijn discipelen toe op de sabbat aren te plukken.
Het gaat hen helemaal niet om deze vrouw. Zij is slechts een pion op hun schaakspel. Dat het een opzetje is dat blijkt wel uit het feit dat alleen de vrouw bij Jezus wordt gebracht. Waar is de man gebleven? Ze waren toch op heterdaad betrapt? Ze zijn er op uit Jezus aan te klagen.
De schriftgeleerden hebben de vrouw al ingedeeld in een bepaalde categorie: zulke vrouwen (vers 5). Dat soort mensen, die niet willen deugen, het uitschot, mensen die altijd voor problemen zorgen.
Ze ergeren zich groen en geel aan Jezus omdat Hij juist een voorkeur lijkt te hebben voor zulke mensen. Voor prostituees, landverraders, zondaars, zieken, bedelaars, mensen aan de zelfkant van de samenleving, mensen die door de maatschappij zijn uitgekotst. Vertaald naar onze tijd: de junks, de meisjes achter de ramen, de buitenlanders, de moslims.
Mensen die naar de marge van de maatschappij zijn verdrongen, nemen bij Jezus een centrale plaats in. Hij zoekt ze op, geeft ze aandacht, laat zich uitnodigen op hun feestjes. Het is ongehoord, het de wereld op z’n kop. Ik vraag me af of Jezus zich in onze tijd zou laten uitnodigen voor het suikerfeest van moslims in zijn buurt.
Meester wat vindt U daarvan? Ze spreken Jezus aan als Meester, de Griekse vertaling van Rabbi. Ze werden ze zelf ook aangesproken. Iemand die de wet uitlegt. Dat is nu ook hun vraag aan Jezus, om zijn licht te laten schijnen over de wet. En dat doet Hij dan ook. Maar wel op een hele ongewone en radicale manier.
Iedereen spanning wacht op het antwoord van Jezus: de omstanders, de schriftgeleerden en niet in de laatste plaats de vrouw. En Jezus … die wendt Hij zich van de hele commotie af.
Ziet u het voor u. Daar staan een stelletje heethoofden, daar staat die vrouw, er staan honderden mensen omheen. En Jezus bukt zich en schrift met zijn vinger in de aarde en zegt helemaal niets.
Velen hebben al geprobeerd een antwoord te vinden op de vraag wat Jezus nu precies in de aarde schreef. Sommigen denken dat Jezus verwijst naar een tekst uit Jeremia waar staat “Wie zich van mij afkeren, zullen in de aarde worden geschreven”.
Het beste antwoord is dat we het gewoon niet weten. Het is maar zeer de vraag of Jezus wel woorden in de aarde schreef. het werkwoord dat hier wordt gebruikt kan evengoed met tekenen worden vertaald. Dus misschien heeft Hij wel poppetjes getekend. Het is ook niet van belang wat Hij schreef.
Niet wat Hij schreef maakt indruk maar wat Hij zegt.
“Wie van jullie zonder zonde is, laat die als eerste een steen naar haar werpen”. Die uitspraak is het scharnierpunt in het verhaal. Het hele beeld kantelt. De schriftgeleerden zijn niet langer de aanklagers maar worden nu zelf aangeklaagd. Niet Jezus wordt nu op de proef gesteld maar zij zelf. Vanaf nu is Jezus niet meer in gesprek met de schriftgeleerden maar met de vrouw. Vanaf nu schijnt het licht van het evangelie en komt de wet van Mozes in een totaal ander perspectief te staan.
Opnieuw buigt Jezus zich voorover. Het is stil geworden op het tempelplein. De impact van de woorden van Jezus worden door een ieder gevoeld. Ze zijn ingeslagen als een donderslag bij heldere hemel. Soms denk ik werd het maar eens zo stil in de kerk. Kwam Jezus woord maar zo mee in onze gebrekkige menselijk woorden.
De schriftgeleerden dringen opeens niet meer aan. Ze vallen stil. Een moment van pijnlijke eerlijkheid. Hoe zit het met hun eigen hartstochten? Zonder zonde? Nee de neiging om een steen te gooien is ineens over. Ineens staan ze te kijk. Naakt. De woorden van Jezus maakt alles tot op de bodem transparant. Ze willen weg. Weg uit deze situatie. Een voor een druipen ze af.
Uiteindelijk blijven alleen Jezus en de vrouw over. Voor het eerst richt Jezus zich tot de vrouw. Tot nu toe was zij slechts een pion die werd ingezet door de schriftgeleerden om Jezus op de proef te stellen. Maar voor Jezus is zijn geen pion, geen probleem geval maar een mens die bevrijding en vergeving nodig heeft.
Wat zal er in die vrouw zelf zijn omgegaan. Denkt u zich eens even in. Stel dat u daar zou staan. In het middelpunt. Met honderden mensen die naar u kijken.
De schaamte die je voelt. Je verborgen zonden worden zomaar publiekelijk bekend gemaakt. Iedereen weet het nu.
De angst. Zal ze het overleven? Zal ze worden gestenigd? Ze hoort wat ze tegen Jezus zeggen. Volgens de wet moeten zulke vrouwen worden gestenigd. Wat zal ze zijn geschrokken toe Jezus zich bukte. Zal Hij een steen pakken?
De spanning. Het lijkt wel of Jezus tijd probeert te winnen. Op z’n gemak schrijft hij iets in de grond. Die schriftgeleerden blijven maar doordrammen. Dan die uitspraak van Jezus: wie zonder zonde is laat die de eerste steen. Zou ze toch gestenigd worden. Opnieuw bukt Jezus en weer pakt Hij geen steen. Alhoewel Hij de enige is die zonder zonde is, de enige zie een steen zou kunnen werpen. Jezus schrijft opnieuw in de aarde.
Een voor een ziet ze haar belagers afdruipen. Brengt ze het er toch levend van af?
Dan praat die wonderlijke Rabbi uit Nazaret opeens tegen haar. Wat klinkt er een liefde en barmhartigheid in die stem. Heeft niemand je veroordeeld? Dan ontstaat er ineens ruimte voor haar om haar stem te laten horen. Twee woorden maar. Niemand Heer. Dan die wonderlijke woorden. Misschien wel het mooiste moment van haar leven. Dan veroordeel ik je ook niet. Ze is vrij gesproken.
Voorbeeld. Ik weet niet of u zich nog de rechtzaak tegen Lucia de Berk kunt herinneren. Dei vrouw die naar achteraf bleek onterecht was veroordeeld voor moord in een verpleegtehuis. De laatste zitting waarop de uiteindelijk werd vrijgesproken. De spanning op haar gezicht. De intense blijdschap toen ze was vrijgesproken. Vrij, hersteld in haar waardigheid.
We kunnen ons afvragen wanneer wij onze vrijheid in Christus voor het laatst zo hebben beleefd. Zoals Lucia de Berk, zoals deze vrouw in ons verhaal. Beseffen wij nog wel de radicaliteit van het evangelie. Zet het evangelie nog ons leven op z’n kop. Als een kantelpunt. Of zijn we het vanzelfsprekend gaan vinden, gewoon.
Zij mag gaan als een vrij mens. Vrij gesproken, niet veroordeeld, hersteld in haar waardigheid. In mijn verbeelding die ik haar huppelend over straat gaan.
Maar er is nog meer. Ze krijgt opdracht mee” zondig vanaf nu niet meer. Dat “vanaf nu” laat opnieuw zien dat het om een keerpunt, een kantelpunt gaat. Ze wordt uitgenodigd om in een nieuw leven te wandelen. Een opgave inderdaad. Maar ook een gave. Het nieuwe leven, onze nieuwe levenswandel wordt ons geschonken door met de Geest van God.
De wet van God wordt in ons binnenste geschreven. Er ontstaat een verlangen om te leven naar Gods wil. Ook al struikelen we soms nog. Dat doet aan dat verlangen niets af. De ommekeer, het keerpunt is onuitwisbaar, onomkeerbaar.
Misschien kon u zich identificeren met de schriftgeleerden, misschien met de vrouw. Een moment van pijnlijke eerlijkheid. Misschien veroordeelde anderen met de Bijbel aan uw kant, misschien veroordeel u uzelf vanwege uw zonden, of veroordelen anderen u. Jezus zegt vanmorgen tegen u: Ik veroordeel je niet. Ik spreek je vrij, ik herstel je in je waardigheid. Ga heen zondig niet meer, leef in de vrijheid van Christus en in de kracht van de Geest.